Afkoop
Bij afkoop worden de pensioenaanspraken vervangen door een eenmalige uitbetaling. Dit kan alleen wanneer het pensioen bij ingang niet meer bedraagt dan € 420,69 bruto per jaar (2010).
Anw (Algemene nabestaandenwet)
Wet die recht geeft op nabestaandenuitkering aan de partner jonger dan 65 jaar met wie de overledene was gehuwd/samenwoonde. Voorwaarde om voor de uitkering in aanmerking te komen, is dat de partner:
- een ongehuwd eigen kind, stief- of pleegkind onder de 18 jaar heeft dat niet tot het
huidhouden van een ander behoort, of
- zwanger is, of
- voor meer dan 45% arbeidsongeschikt is en de arbeidsongeschiktheid ten minste drie
maanden zal duren, of
- geboren is voor 1 januari 1950.
De Anw-uitkering bedraagt maximaal 70% van het minimumloon en is afhankelijk van het inkomen van de partner. Er wordt rekening gehouden met inkomsten uit arbeid, of een WAO- of WW-uitkering. Pensioenuitkeringen worden niet in mindering gebracht op de Anw-uitkering.
Nabestaanden met kinderen ontvangen een uitkering van 20% van het minimumloon.
De Algemene nabestaandenwet is in werking getreden op 1 juli 1996 en vervangt de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). Er geldt een overgangsregeling voor personen met een AWW-uitkering. Voor meer informatie kunt u terecht bij de Sociale Verzekeringsbank.
Anw-toeslag
Aanvulling van het Pensioenfonds TNO op het partnerpensioen, als een partner jonger dan 65 jaar van een overleden deelnemer niet in aanmerking komt voor een Anw-uitkering.
Het fonds geeft dan een toeslag van 1,75% van de franchise voor elk jaar van de meetellende deelnemerstijd.
AOW (Algemene Ouderdomswet)
Basispensioen van de overheid dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verstrekt aan alle inwoners van Nederland die 65 jaar of ouder zijn. Iedereen bouwt AOW op tussen zijn 15de en 65ste jaar, zolang deze woonachtig is in Nederland. De hoogte van de AOW is afhankelijk van de burgerlijke staat, of u als alleenstaande een kind hebt dat jonger is dan 18 jaar en de leeftijd en het inkomen van uw eventuele partner.
De uitkering is lager als u tussen uw 15de en 65ste jaar niet voortdurend inwoner van Nederland was. Voor elk jaar dat u geen inwoner van Nederland was, wordt de AOW met 2% per jaar verminderd.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Na 2 jaar ziekte, waarin uw salaris door uw werkgever grotendeels wordt doorbetaald, kunt u, al dan niet duurzaam, volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden verklaard. Als u meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op een uitkering op basis van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en het inkomen dat u nog verdient. Naast deze uitkering en eventuele inkomen uit arbeid ontvangt u van ons eventueel een aanvullende uitkering, indien uw pensioengevend salaris meer bedraagt dan het maximum loon dat op basis van de WIA in aanmerking wordt genomen.
Asset Liability Management
Het vermogen van het fonds in de diverse beleggingscategorieën en de pensioenverplichtingen worden in een model samengebracht. Door regels toe te passen voor de toekomstige ontwikkeling in het vermogen en de verplichtingen worden met dat model prognoses berekend voor de pensioenbijdrage en het risico dat niet aan de verplichtingen op termijn kan worden voldaan.
Bestuur
Het bestuur van het Pensioenfonds TNO bestaande uit 4 werkgeversleden, 4 werknemersleden en 2 gepensioneerden.
Bijzonder Partnerpensioen
De ex-partner van de overleden heeft recht op Bijzonder Partnerpensioen. Dit wordt berekend over de jaren van deelneming tot de datum van scheiding, of tot de datum waarop het geregistreerd partnerschap of de gemeenschappelijke huishouding is beëindigd. Het Pensioenfonds TNO verleent medewerking aan de in de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding bedoelde omzetting van een deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder partnerpensioen toekomende aan de gewezen partner.
Deelnemer
Deelnemer in het Pensioenfonds TNO is de werknemer of ex werknemer van TNO of van een aangesloten werkgever die een deelneming heeft op grond van zijn dienstverband of een voortgezette deelneming in verband met arbeidsongeschiktheid dan wel afvloeiingsregeling.
Deeltijdfactor
Indien sprake is van een deeltijdfunctie dan wordt voor de duur daarvan de pensioenopbouw vermenigvuldigd met de deeltijdfactor. Bij wijziging van de deeltijdfactor zal de jaarlijkse pensioenopbouw dienovereenkomstig worden aangepast. De deeltijdfactor bedraagt maximaal 1 en wordt door de werkgever vastgesteld aan de hand van werktijdgegevens. De werkweek wordt gesteld op 40 uur.
Dekkingsgraad
De verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen van het fonds, uitgedrukt in een percentage.
Eindloonregeling
Het pensioen dat is gebaseerd op een eindloonregeling. Dit betekent dat het pensioen wordt afgeleid van ongeveer het laatste salaris. Het doel daarvan is dat u een pensioen ontvangt dat in overeenstemming is met uw laatst verdiende inkomen. Deze regeling was bij het fonds van toepassing tot 1 juli 2007. Daarna is overgegaan op een Middelloonregeling waarbij het pensioen wordt afgeleid van het gemiddeld verdiend salaris gedurende de gehele deelneming. Ieder jaar wordt een stukje pensioen opgebouwd over het in dat jaar verdiende salaris.
Extra sparen
Deelnemers geboren voor 1950 en deelner waren voor 2006 kunnen voor eigen rekening extra sparen voor een aanvulling op de pensioenspaarregeling van het Pensioenfonds TNO.
Franchise
De franchise is het deel van de pensioengrondslag dat voor de vaststelling van het ouderdomspensioen buiten beschouwing wordt gelaten, omdat de AOW voor dit deel voorziet in pensioeninkomen. De franchise wordt bij deeltijdwerk naar verhouding toegepast. Omdat over het franchisedeel geen pensioen wordt opgebouwd, wordt daarover ook geen pensioenbijdrage berekend. Het Pensioenfonds TNO kent zelfs een bijdragevrij bedrag van ruim tweemaal de franchise.
FVP (Financiering Voortzetting Pensioenverzekering)
De stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) geeft een financiële bijdrage in de pensioenpremie van werklozen die op of na hun 40ste werkloos zijn geworden (mits voor 2011). Zolang u recht hebt op een loongerelateerde WW-uitkering, kunt u recht hebben op een voortzetting van de deelneming in het Pensioenfonds TNO. Het FVP verstrekt in dat geval de benodigde pensioenbijdrage aan het Pensioenfonds. De hoogte van de FVP-bijdrage is gebonden aan een maximum. Bij overlijden van de werkloze kan recht bestaan op een FVP-bijdrage voor inkoop van Partnerpensioen. De FVP-regeling wordt uitgevoerd door Kantoor FVP van de Sociale Verzekeringsbank.
Correspondentieadres Postbus 2030, 1180 EA Amstelveen
Gepensioneerde
De (gewezen)deelnemer van wie het (Tijdelijk)Ouderdomspensioen is ingegaan.
Geregistreerd partnerschap
Geregistreerd partnerschap is een aparte burgerlijke staat naast het huwelijk. Personen van gelijk of verschillend geslacht kunnen deze relatievorm aangaan. Geregistreerd partnerschap wordt vastgelegd in de gemeentelijke burgerlijke stand. Deze relatievorm geeft de partner automatisch recht op Partnerpensioen.
Gewezen deelnemer
De ex-werknemer met aanspraak op pensioen, van wie de deelneming is geëindigd.
Jaarsalaris
Onder jaarsalaris wordt verstaan het door de werkgever, volgens zijn salarissysteem, voor de werknemer vastgestelde voltijdse salaris per jaar, inclusief de in aanmerking te nemen systeemtoeslagen, vakantietoeslag en dertiende maand, exclusief niet pensionabele salarisdelen. Een jaarsalaris dat niet is gebaseerd op volledige werktijd wordt gedeeld door de deeltijdfactor, zoals door de werkgever opgegeven.
Kinderen
Voor het Wezenpensioen komen uw kinderen in aanmerking. Hieronder worden verstaan: 1. kinderen, jonger dan 21 jaar, die zijn geboren uit een voor de pensioen- datum door de (gewezen) deelnemer, of de gepensioneerde aangegane partnerrelatie, alsmede kinderen, jonger dan 21 jaar, die voor de pensioendatum op een andere wijze in familierechtelijke betrekking tot de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde staan; 2. de pleeg- en stiefkinderen, jonger dan 21 jaar, van de (gewezen) deelnemer, of gepensioneerde, die als eigen kinderen worden onder- houden en opgevoed, mits aangevangen voor de pensioendatum.
Loonheffing
De gecombineerde inhouding van loonbelasting en premies volksverzekeringen die wordt ingehouden op uw bruto pensioen.
Middelloonregeling
Het pensioen dat is gebaseerd op een Middelloonregeling. Dit betekent dat het pensioen wordt afgeleid van het gemiddeld verdiend salaris gedurende de gehele deelneming. Ieder jaar wordt een stukje pensioen opgebouwd over het in dat jaar verdiende salaris. Deze regeling geldt voor het fonds vanaf 1 juli 2007.
Nabestaanden
De partner, de gewezen partner en de kinderen die volgens de reglementen van het Pensioenfonds TNO recht hebben op pensioen, wegens het overlijden van de deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde.
Ouderdomspensioen
Als deelnemer in het Pensioenfonds TNO bouwt u Ouderdomspensioen op. Dit pensioen ontvangt u vanaf de 1ste van de maand waarin u 65 jaar wordt. Het Ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. Uitgangspunt is dat de AOW-uitkering en het Ouderdomspensioen bij 40 jaar deelnemersjaren samen ongeveer 70% bedragen van het gemiddeld verdiende bruto jaarsalaris.
Partner
De persoon met wie de deelnemer, de gewezen deelnemer of de gepensioneerde, vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd:
• is gehuwd;
• een geregistreerd partnerschap heeft als bedoeld in de wet;
• een gemeenschappelijke huishouding voert blijkens een notariële akte.
Mits tussen hen geen bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat.
Partnerpensioen
Pensioen voor de partner van een overleden deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde. Voorwaarde is dat de relatie is begonnen vóór de 65-jarige leeftijd. Met ingang van 1-1-2002 wordt geen partnerpensioen meer opgebouwd en zijn alleen de deelnemers verzekerd voor een overlijdensrisicodekking (wel kan het extra opgebouwde ouderdomspensioen van 0,5% van de pensioengrondslag bij ontslag, pensionering of echtscheiding worden uitgeruild voor partnerpensioen). Is de partner van de overleden werknemer jonger dan 65 jaar dan bedraagt het partnerpensioen 80% van het ouderdomspensioen. Bij het bereiken van de 65 jarige leeftijd wordt dit percentage teruggesteld naar 70%.
Pensioen
Periodieke uitkering voor u of uw nabestaanden ter vervanging van inkomsten wegens ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Er zijn basisvoorzieningen van de overheid zoals de AOW, Anw en WAO. Het pensioenpakket van het pensioenfonds TNO bestaat uit:
• Tijdelijk Ouderdomspensioen van 62 tot 65 jaar (mits in dienst voor 2006);
• Ouderdomspensioen vanaf 65 jaar;
• Arbeidsongeschiktheidspensioen;
• Partnerpensioen;
• Wezenpensioen.
Pensioenaanspraken en pensioenrechten
Pensioenaanspraken en pensioenrechten zijn de rechten op pensioen en uitkeringen voor uzelf en uw nabestaanden die u tijdens uw deelnemingsperiode opbouwt.
Onder Pensioenaanspraken verstaat het Pensioenfonds TNO de verworven rechten die nog niet tot uitbetaling zijn gekomen.
Pensioenrechten zijn de verworven rechten op de ingangsdatum van het pensioen.
Pensioenbreuk
Bij verandering van pensioeninstantie wegens wisseling van werkgever bouwt u een nieuw pensioen op, gebaseerd op uw nieuwe salaris. De pensioenaanspraken bij de oude pensioeninstantie blijven gebaseerd op uw oude, meestal lagere salaris. De oude pensioenaanspraken groeien dus niet mee met uw persoonlijke salarisontwikkeling. Daardoor blijft dit deel van uw pensioen achter, maar dit kan deels worden gecompenseerd door het verlenen van indexatietoeslagen op de oude aanspraken.
Pensioendatum
De eerste dag van de maand waarin de deelnemer of gewezen deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.
Pensioengrondslag
De pensioengrondslag is gelijk aan het jaarsalaris verminderd met de franchise. De jaarlijkse opbouw van het ouderdomspensioen wordt berekend over de pensioengrondslag in het desbetreffende jaar.
Pensioenspaarkapitaal
Het opgebouwde kapitaal in de pensioenspaarregeling voor de financiering van uw tijdelijk ouderdomspensioen. Het is de som van de door u en de werkgever betaalde premies, inclusief de daarop behaalde beleggingsresultaten die positief maar ook negatief kunnen zijn. Een deelnemer belgt in de beleggingsfondsen van ING voor eigen risico.
Premies
De werkgevers en de werknemers betalen premies voor de financiering van de pensioenregeling. Het pensioenfonds TNO kent twee regelingen.
1. De pensioenregeling (Ouderdoms-/Partner- en Wezenpensioen/Arbeidsongeschiktheidspensioen)
De werkgever is een premie verschuldigd over de totale salarissom. Deze premie wordt jaarlijks vastgesteld en is afhankelijk van de dekkingsgraad van het fonds. De werkgever houdt een deel van de premie in op het salaris van de werknemer.
2. De pensioenspaarregeling (Tijdelijk Ouderdomspensioen)
De premie is een percentage van het salaris en is afhankelijk van uw leeftijd op de ingangsdatum van de deelname. Het vastgestelde percentage geldt in principe voor de duur van de deelneming. Daarvan komt 1/3 deel voor uw rekening en 2/3 deel voor rekening van de werkgever. De maximale spaarpremie bedraagt 6,6% en geldt vanaf de leeftijd van 38 jaar en 10 maanden.
Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO.
Salaris
Het bruto jaarsalaris inclusief vakantietoeslag,13e maand en eventuele andere vaste salaris toeslagen; exclusief niet pensionabele salarisdelen.
Samenlevingscontract
Een notariële akte waarin de gemeenschappelijke huishouding is geregeld van niet huwelijkse of niet geregistreerde partners. Deze akte is benodigd om verzekerd te zijn van een partnerpensioen bij het Pensioenfonds TNO. De akte moet tenminste vermelden dat beiden ongehuwd zijn, er sprake is van een gemeenschappelijk adres, de aanvangsdatum van de samenleving en de datum van de akte.
De samenleving dient te worden gemeld bij het Pensioenfonds, onder overlegging van:
• een afschrift van de notariële akte of een uittreksel daarvan;
• een uittreksel uit het bevolkingsregister waaruit blijkt dat er sprake is van één adres.
Scheiding
Onder scheiding wordt verstaan het einde van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed dan wel einde van het geregistreerd partnerschap of einde van het samenlevingscontract (de gemeenschappelijke huishouding).
Sociale Verzekeringsbank
Uitvoerder van onder andere de AOW en de Anw. Er zijn districtskantoren in alle grote steden.
Tijdelijk Ouderdomspensioen
De pensioenspaarregeling is in 1996 ingegaan en geldt als vervanger van de VUT. Per 1-1-2006 wordt - in verband met invoering van de Levensloopregeling - de regeling nog uitsluitend voortgezet voor medewerkers geboren voor 1 januari 1950 en die op 31 december 2005 in dienst waren (en nog zijn). Het spaardoel is een tijdelijk ouderdomspensioen te verkrijgen in de periode van 62 tot 65 jaar.
Voor de overige medewerkers in dienst op 31 december 2005 is de premiebetaling stopgezet. Het spaarkapitaal blijft staan bij ING en wordt belegd bij ING overeenkomstig de opgegeven beleggingsmix. Het spaarkapitaal blijft behouden voor het doel waarvoor het is opgebouwd. De beleggingen bij ING gebeuren voor risico van de deelnemer. De rendementen kunnen zowel positief als negatief zijn.
Toeslag- en premiestaffel
De (indexatie)toeslag en de totale premie zijn afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad(DG) Dit is het pensioenvermogen uitgedrukt in een percentage van de voorziening pensioenverplichtingen. Hiertoe is de volgende staffel ontwikkeld.
| Dekkingsgraad |
Toeslag |
Totale premie v/h jaarsalaris |
| DG<105% |
0% |
20% |
| 105% < DG<110% |
0% |
18% |
| 110% < DG<115% |
17% |
17% |
| 115% < DG<120% |
33% |
16% |
| 120% < DG<125% |
50% |
15% |
| 125% < DG<130% |
70% |
15% |
| 130% < DG<135% |
85% |
15% |
| 135% < DG<140% |
100% |
15% |
| 140% < DG<150% |
100% E |
13% |
| 150%< DG<160% |
100% E |
11% |
| 160% < DG<170% |
100% E |
8% |
| 170% < DG<180% |
100% E |
5% |
| DG > 180% |
100% E |
2% |
Dekkingsgraad
De dekkingsgraad (DG) is het pensioenvermogen uitgedrukt in een percentage van de voorziening pensioenverplichtingen, zoals beschreven in de actuariële en bedrijfstechnische nota als bedoeld in artikel 3, lid 2 van de statuten.
Voorwaardelijk toeslagbeleid Zie ook onder "Documenten, Overige"
· De toeslag is gebaseerd op de door de Raad van Bestuur vastgestelde algemene structurele salarismaatregel in enig jaar. De toepassing van deze toeslag varieert van 0% t/m 100% + E.
· E (Extra toeslag): Ter beslissing van het bestuur worden eventuele toeslagachterstanden vanaf een dekkingsgraad van 140% voor maximaal 10 jaar ingehaald.
· De toeslag geldt voor (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden.
· Het bestuur beslist jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken door een toeslag worden aangepast. Voor deze voorwaardelijke toeslag is geen reserve gevormd en wordt geen premie betaald. De toeslag wordt uit beleggingsrendement gefinancierd.
· Het bestuur is bevoegd, gelet op de financiële positie van het pensioenfonds, gehoord de actuaris, bij gemotiveerd besluit anders dan conform de staffeltabel te beslissen.
· Besluiten in het verleden om een toeslag te verlenen, vormen geen garantie voor in toekomstige jaren te verlenen toeslagen en houden geen beperking in van de beleidsvrijheid die het bestuur heeft op grond van de statuten en het pensioenreglement.
De toeslag geldt niet voor degenen waarvan het Garantiepensioen nog steeds hoger is dan het Reglementairpensioen. Ook is de toeslagregeling niet van toepassing voor het Tijdelijk Ouderdomspensioen uit de Pensioenspaarregeling.
Premie pensioenregeling
· Bij een dekkingsgraad onder het Vereist Eigen Vermogen als bedoeld in de Pensioenwet wordt tenminste de kostendekkende premie in rekening gebracht en kan afwijken van het premiepercentage als vermeld in de staffel.
· De kostendekkende premie bestaat uit de actuarieel benodigde premie, de opslag benodigd voor het in stand houden van het vereiste vermogen en de opslag benodigd voor de uitvoeringskosten. De kostendekkende premie kan worden verhoogd of gedempt.
· Indien de dekkingsgraad minder is dan 110% is de werkgever 2% extra premie verschuldigd bovenop het in de staffel genoemde percentage (respectievelijk bovenop de kostendekkende premie zoals hiervoor bedoeld). Deze extra premie geldt voor een volledig kalenderjaar volgend op het jaar waarin aan het einde een dekkingsgraad van beneden de 110% is vastgesteld.
· Bij een dekkingsgraad van 140% of meer kan sprake zijn van een premiekorting, mits er geen toeslagachterstand bestaat.
Uitkering ineens
Na het overlijden van de gepensioneerde of de deelnemer met recht op arbeidsongeschiktheidspensioen, ontvangt de partner die recht heeft op een partnerpensioen een uitkering ineens. Deze bedraagt tweemaal het laatste maandbedrag aan pensioen van de gepensioneerde.
Uitruil
Per 1-1-2002 wordt geen partnerpensioen meer opgebouwd. Om toch in een pensioen voor de nabestaande te voorzien wordt de per deze datum 0,5% extra opbouw van het ouderdomspensioen ten tijde van uitdiensttreding, pensionering of scheiding standaard uitgeruild voor een partnerpensioen. Indien gewenst, wordt niet uitgeruild en bestaat er aanspraak op een verhoogd ouderdomspensioen. Het partnerpensioen dat is opgebouwd voor 1-1-2002 blijft echter onveranderd van kracht.
Vastrentende waarden
Waardepapieren met een vaste rente-opbrengst, zoals obligaties en staatsleningen
Voortzetting van de deelneming
De deelneming in de pensioenregeling wordt geheel of gedeeltelijk voortgezet ingeval van:
• een arbeidsongeschiktheidspensioen;
• een periodieke uitkering van de werkgever;
• werkloosheid met recht op een bijdrage van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering.
Op vrijwillige basis kan aanvullend worden voortgezet:
• wanneer bij een periodieke uitkering van de werkgever de deelnemerstijd verminderd wordt;
• bij tijdelijk arbeidsverlof met vermindering van salaris;
• vanaf de 55 jarige leeftijd bij vermindering van werktijd en salaris;
Waarde-overdracht
Overdracht van de waarde van uw pensioenaanspraken als u van werkgever en pensioeninstantie verandert. Uw oude pensioeninstantie berekent welk bedrag uw pensioenaanspraken waard zijn. Voor dit bedrag biedt uw nieuwe pensioeninstantie u nieuwe pensioenaanspraken aan. Omdat er verschillen in pensioenpakketten bestaan, zal doorgaans het in te kopen pensioen afwijken van het oude pensioen. De totale actuariele waarde van uw pensioenaanspraken blijft echter gelijk. U beslist zelf of u het aanbod van uw nieuwe pensioeninstantie accepteert. Een aanvraag voor waardeoverdracht wordt opgeschort wanneer de dekkingsgraad van 1 van de betrokken pensioeninstanties niet meer dan 100% bedraagt.
WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen)
Een werknemer heeft recht op een WIA-uitkering indien deze jonger is dan 65 jaar en tenminste 35% arbeidsongeschikt is. De WIA omvat 2 regelingen: de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Stapsgewijs ziet het wettelijke stelsel er als volgt uit:
- De werkgever is 2 jaar verantwoordelijk voor loondoorbetaling aan een arbeidsongeschikte werknemer. Reïntegratie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer.
- Na 2 jaar arbeidsongeschiktheid keurt de UWV de zieke werknemer. Daarbij geldt:
- de mate van arbeids(on)geschiktheid (AO%) hangt af van het verschil tussen het oude loon en wat nog kan worden verdiend met de beperkingen als gevolg van de ziekte: het loonverlies;
- wie minder dan 35% loonverlies lijdt, dus 65% of meer van het laatstverdiende loon kan verdienen krijgt geen uitkering. De wetgever gaat ervan uit dat deze werknemer aan het werk kan blijven;
- wie niet meer dan 65 % maar tenminste 35% van het laatstverdiende loon kan verdienen, krijgt een loongerelateerde uitkering (max. 5 jaar) en vervolgens een loonaanvulling of een vervolguitkering.
Voor meer informatie over de WIA kunt u terecht bij de uitvoeringsinstantie.
WW-uitkering (Werkloosheidswet)
De Werkloosheidswet verzekert werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. Er bestaan twee soorten uitkeringen: de loongerelateerde WW-uitkering en de WW-vervolguitkering.
De uitkering is in eerste instantie gebaseerd op het laatstverdiende salaris (loongerelateerd) en bedraagt ongeveer 70% hiervan. Afhankelijk van uw arbeidsverleden kunt u maximaal vijf jaar een loongerelateerde WW-uitkering ontvangen. Aansluitend wordt deze uitkering omgezet in vervolguitkering, die gebaseerd is op het minimumloon.
Werknemer
De persoon die een arbeidsovereenkomst heeft met één van de aangesloten werkgevers. Uitgesloten zijn personen van 65 jaar of ouder
Werkgever
De rechtspersoon die door de Raad van Toezicht van het Pensioenfonds TNO en met toestemming van de Raad van bestuur van TNO tot het Pensioenfonds TNO zijn toegelaten.
Wet Verevening pensioenrechten na scheiding Deze wet regelt de verdeling van het pensioen bij een scheiding op of na 1 mei 1995.
Wezenpensioen Pensioen voor kinderen tot 21 jaar van een overleden deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde. Het wezenpensioen bedraagt per kind 16% van het ouderdomspensioen. Volle wezen (beide partners overleden) ontvangen 32% van het Ouderdomspensioen). Deze bedragen gelden alleen voor deelnemers/werknemers. Voor de kinderen van overleden gewezen deelnemers en gepensioneerden is de uitkering eveneens afhankelijk van de opgebouwde rechten voor 2002 en de daarna eventuele uitgeruilde rechten op extra ouderdomspensioen voor een nabestaandenpensioen.
Ziektewet
Wet die werknemers tot 65 jaar gedurende maximaal één jaar een salarisvervangende uitkering geeft als zij door ziekte niet kunnen werken én de werkgever het salaris niet doorbetaalt. TNO en de andere aangesloten werkgevers betalen gedurende de eerste 52 weken van de arbeidsongeschiktheid het salaris door.