Als u overlijdt tijdens uw dienstverband
Dan heeft uw partner recht op een partnerpensioen. Dit geldt voor gehuwden, geregistreerde partners en samenwonenden met een notariële samenlevingsovereenkomst, die bij het fonds zijn geregistreerd.
Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen, gebaseerd op een opbouw van 1,75% per jaar, dat bij deelneming tot 65 jaar zou worden behaald. Zolang de partner van de deelnemer jonger is dan 65 jaar, wordt een toeslag gegeven van 10%. Daarna vervalt deze toeslag.
Voor wezen (tot 21 jaar) bedraagt de uitkering 16% van het ouderdomspensioen. Zijn beide ouders overleden dan wordt de uitkering verdubbeld.
Als u overlijdt na uitdiensttreding of tijdens pensionering dan ontvangt uw partner een partnerpensioen van 70% van het ouderdomspensioen. Wanneer u echter gekozen heeft voor uitruil van partnerpensioen voor een extra ouderdomspensioen (dat kan alleen met partnerpensioen opgebouwd vanaf 1-1-2002) zal dit percentage minder of nihil bedragen.
Als u het pensioen heeft overgedragen aan de pensioeninstantie van een nieuwe werkgever, dan bestaat er natuurlijk geen aanspraak meer op partnerpensioen bij het Pensioenfonds TNO.