Kinderen jonger dan 21 jaar vallen onder de risicodekking van het fonds. Dat wil zeggen dat wanneer u als deelnemer overlijdt, uw kinderen een uitkering ontvangen van 16% van het ouderdomspensioen dat zou worden behaald bij voortzetting tot de 65 jarige leeftijd.
Zijn beide ouders overleden dan wordt de uitkering verdubbeld.
Onder kinderen wordt verstaan
1. kinderen, jonger dan 21 jaar, die zijn geboren uit een voor de pensioendatum door de (gewezen) deelnemer, of de gepensioneerde aangegane partnerrelatie, alsmede kinderen, jonger dan 21 jaar, die voor de pensioendatum op een andere wijze in familierechtelijke betrekking tot de (gewezen) deelnemer of gepensioneerde staan;
2. de pleeg- en stiefkinderen, jonger dan 21 jaar, van de (gewezen) deelnemer, of gepensioneerde, die als eigen kinderen worden onderhouden en opgevoed, mits aangevangen voor de pensioendatum.