Veelgestelde vragen over je pensioen in de nieuwe pensioenregeling

Veelgestelde vragen over je pensioen in de nieuwe pensioenregeling

De nieuwe regels voor pensioen

  • Voor veel werknemers is niet duidelijk hoeveel ze voor hun pensioen betalen en hoeveel ze opbouwen. Met de nieuwe pensioenregeling bouwt iedereen pensioen op via een premieregeling. Dan staat vast hoeveel jij en je werkgever inleggen voor je pensioen.
  • De arbeidsmarkt verandert. Mensen stoppen soms een tijd met werken, gaan parttime werken of beginnen voor zichzelf. De huidige regels voor pensioen passen daar niet goed bij, omdat het pensioen niet blijft groeien. Met de nieuwe regels blijft het kapitaal voor je pensioen groeien, ook als je even niet meer werkt. Het pensioenfonds blijft je pensioen namelijk beleggen.
  • Als het goed gaat op de financiële markten, gaat het pensioen nu soms niet omhoog. Dat voelt oneerlijk. Onder de nieuwe regels hoeven we straks geen grote reserve meer aan te houden. Daardoor kan het pensioen sneller omhoog als het goed gaat met de beleggingen. Maar dit betekent ook dat de (verwachte) pensioenen sneller omlaag kunnen gaan. We doen er straks nog steeds alles aan om ervoor te zorgen dat de pensioenen van iedereen die pensioen krijgt zo min mogelijk omlaag gaan. En goed om te weten: het pensioengeld raakt nooit ‘op’, ook niet als je lang leeft. Met elkaar zorgen we ervoor dat iedereen altijd een pensioen krijgt.

De nieuwe pensioenregeling is een solidaire premieregeling. Wat er anders is, hebben we voor jou op een rij gezet. Je kunt ook de animatie bekijken die uitleg geeft over de nieuwe regeling.

Klik hier voor een overzicht van wat er verandert en om de animatie te bekijken.

Een aantal kenmerken van de regeling blijven gelijk aan de regeling die geldt tot het moment dat we overgaan naar de nieuwe regeling. Deze kenmerken hebben we voor je op een rij gezet.

In een solidaire premieregeling staan afspraken over de inleg voor jouw pensioen. Die inleg is het geld dat je samen met je werkgever opzijzet voor jouw pensioen. We noemen die inleg de premie. In de nieuwe regeling staat de hoogte van jouw pensioen niet vast.

We beleggen het geld voor de pensioenen als één geheel. We houden daarbij rekening met verschillende leeftijdsgroepen. Ouderen lopen minder risico door de verdeling van het beleggingsrendement.

Er gaat geld naar een reserve. Dat is een soort spaarpot. Die gebruiken we als het tegenzit. Zit er genoeg geld in deze reserve? Dan vullen we pensioen aan. Het fonds kan deze reserve gebruiken om de pensioenen van iedereen die pensioen krijgt en nabestaanden zo stabiel mogelijk te houden. Er is geen garantie dat de pensioenen nooit omlaag gaan.

In de nieuwe regeling is het pensioen voor jouw partner en kinderen voor als je komt te overlijden een verzekering. Jouw partner en kinderen tot 25 jaar krijgen alleen pensioen als je overlijdt als je nog pensioen bij ons fonds opbouwt.

Partner- en wezenpensioen uit huidige regeling gaat mee naar nieuwe regeling
Heb je in de huidige pensioenregeling een pensioen opgebouwd voor jouw partner en kinderen als je komt te overlijden? Dan wordt de waarde van dit nabestaandenpensioen toegevoegd aan het nabestaandenpensioen volgens de nieuwe pensioenregeling. Je raakt dit pensioen dus niet kwijt door de omzetting.

Als je arbeidsongeschikt raakt, dan blijf je kapitaal voor je pensioen opbouwen. Maar je legt er zelf niet meer voor in. Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan leg je voor het deel dat je nog werkt bij een aangesloten werkgever wel zelf geld in voor jouw pensioen. Dit doe je samen met jouw werkgever. Ben je arbeidsongeschikt dan krijg je mogelijk ook een aanvulling op jouw WIA-uitkering. Dit loopt vanaf 1 januari 2026 niet meer via ons fonds, maar via de verzekeraar van je werkgever. De aanvulling is maximaal 70% van dat deel van het pensioengevend salaris dat boven het wettelijk bepaalde maximale WIA-jaarloon (1 januari 2025: € 75.864,87) uitkomt.

De hoogte van mijn pensioen

Voordat we overgaan naar de nieuwe pensioenregeling, laten we je zien hoeveel pensioen je hebt opgebouwd in de huidige regeling. Je krijgt ook een eerste inschatting van jouw pensioen in de nieuwe regeling. Ná de overgang krijg je nog een berekening van ons. Die is nauwkeuriger, omdat we pas op het moment van de overgang precies weten wat de waarde van jouw opgebouwde pensioen is.

Krijg je al pensioen van ons? Dan blijft jouw bruto pensioenbedrag in de eerste maand na de overgang op de nieuwe regeling hetzelfde als in de maand ervoor. Het nettobedrag kan anders zijn, bijvoorbeeld doordat belastingtarieven veranderen. De maand daarna krijg je jouw definitieve pensioenbedrag binnen de nieuwe regeling. Dit corrigeren we mogelijk met het pensioen dat je in de maand daarvoor van ons kreeg.

Nee. Wel lopen jonge mensen meer risico dan ouderen. Er wordt echter zo belegd dat ook voor jonge mensen de kans dat het kapitaal voor pensioen opraakt, uitgesloten kan worden. Daarnaast houden we reserves aan om negatieve kapitalen te voorkomen.

Maar soms is de reserve niet genoeg. Als het heel erg tegenzit, kan het gebeuren dat we je pensioen toch moeten verlagen. Hoe meer geld er in de reserve zit, hoe kleiner die kans.

Nee. Je pensioen kan niet opraken. Je krijgt jouw pensioen levenslang.

Sociale partners van TNO (de werkgever en de ondernemingsraad van TNO) hebben afgesproken dat we jouw opgebouwde pensioen meenemen naar de nieuwe regeling. Je krijgt voor jouw opgebouwde pensioen een kapitaal in de nieuwe regeling. We rekenen bij de overgang uit wat de waarde is van het pensioen dat je hebt opgebouwd.

We rekenen jouw opgebouwde pensioen zo goed én zorgvuldig mogelijk om naar de nieuwe situatie. Zie je dat er toch iets niet klopt? Neem dan contact met ons op. Dan nemen we samen door wat volgens jou niet klopt. We controleren dit met onze gegevens. Natuurlijk passen we daarna de gegevens indien nodig aan. Als je vindt dat we de fout niet goed oplossen, kun je een klacht bij ons indienen.

Het pensioenfonds hoeft minder reserves aan te houden en kan dus de gemaakte winst met de beleggingen uitkeren. Daarnaast vervallen de regels wanneer een pensioenfonds de ingegane pensioenen mag verhogen. Ook daardoor kan jouw pensioen sneller omhoog als het goed gaat ten opzichte van de huidige situatie. Maar, dit geldt natuurlijk ook andersom.

De waarde van onze beleggingen beweegt op en neer. Maar het pensioen van pensioengerechtigden proberen we zo stabiel mogelijk te houden. Toch kan het pensioen omlaag gaan als het langer economisch minder goed gaat. We proberen die kans zo klein mogelijk te houden.

We houden rekening met goede en slechte jaren. Daarom bouwen we een reserve op. Als je jonger bent, nemen we meer risico met jouw kapitaal. Want dat kan je meer pensioen opleveren. We nemen minder risico met de beleggingen naarmate je ouder wordt. Op die manier proberen we de pensioenen zo stabiel mogelijk te houden.

We beleggen het geld voor je pensioen zó, dat de hoogte van jouw pensioen zo stabiel mogelijk is tegen de tijd dat je jouw pensioen laat ingaan. Hoe dichterbij je bij je pensioenleeftijd komt, hoe minder risico we nemen met jouw beleggingen. Maar de ontwikkelingen op de financiële markten kunnen altijd enige invloed hebben op de hoogte van jouw pensioen. Er is geen garantie dat de pensioenen nooit omlaag gaan.

De hoogte van je pensioen in de nieuwe regeling hangt voor een belangrijk deel af van hoe lang we de inleg kunnen beleggen. In de huidige pensioenregeling levert iedere euro inleg evenveel pensioen op. Of je nu jong bent of oud. In de nieuwe pensioenregeling is het pensioen gekoppeld aan het aantal jaar dat we de inleg voor je kunnen beleggen. Dat is gunstig voor jongeren, omdat er gemiddeld meer goede dan slechte jaren zijn, levert hun inleg naar verwachting meer pensioen op.

Oudere werknemers hebben minder tijd om de inleg te laten beleggen. Mensen die bijna met pensioen gaan, hebben het grootste deel van hun pensioen al opgebouwd.

De overstap is dus vooral voor de middengroep nadelig. Zij hebben de jonge jaren al achter de rug. Het pensioen dat ze nog op gaan bouwen, hangt voor een belangrijk deel af van het aantal jaar dat nog belegd kan worden. Uit berekeningen door de sociale partners van TNO blijkt dat deelnemers tussen 35 jaar en 67 jaar nadeel hebben van de overstap naar de nieuwe regeling. De sociale partners willen dat de overstap zo eerlijk mogelijk is voor iedereen. Degene die pensioen opbouwen (werknemers en arbeidsongeschikte deelnemers) en die nadeel hebben van de nieuwe regeling, krijgen een ‘compensatie’. In het transitieplan staan de afspraken over de compensatie uitgewerkt.

Let op: het is goed om te weten dat een verandering, zoals een andere baan of meer of minder uren werken, invloed kan hebben op de compensatie voor het stoppen van de doorsneesystematiek*. Dit geldt ook voor het moment waarop je met pensioen gaat. Details over de compensatie lees je in het transitieplan. Raadpleeg eventueel ook het transitieplan van het pensioenfonds van je nieuwe werkgever.

*Met de overstap naar de nieuwe pensioenregeling op 1 juli 2026 vervalt de doorsneesystematiek. De hoogte van de pensioenuitkering hangt in de nieuwe regeling onder andere af van de inleg, de resultaten van beleggingen en de rente.

Nee. De pensioenregeling bij ons fonds gaat niet over de AOW die je van de overheid krijgt. De pensioenregeling gaat over het pensioen dat je nu opbouwt of hebt opgebouwd via jouw werk.

  1. Je betaalt samen met jouw werkgever pensioenpremie
  2. Beleggen als één geheel
    We beleggen het geld voor de pensioenen als één geheel. We houden daarbij rekening met verschillende leeftijdsgroepen. Hoe ouder je wordt, hoe minder risico je loopt. Hierdoor blijft jouw pensioen zo stabiel mogelijk.
  3. Solidariteitsreserve
    Er gaat geld naar een reserve. Dat heet de solidariteitsreserve. Dat is een soort spaarpot. Het fonds kan deze reserve gebruiken om de pensioenen van de pensioengerechtigden zo stabiel mogelijk te houden. Er is geen garantie dat de pensioenen nooit omlaag gaan.

Jij en jouw werkgever leggen samen circa 26% van jouw pensioengrondslag in voor jouw pensioen. De pensioengrondslag is het deel van je salaris dat meetelt voor jouw pensioen. Het gaat dan om pensioen voor jezelf, maar ook voor jouw partner en kinderen als je overlijdt en als je arbeidsongeschikt wordt. En bepaalde kosten voor de uitvoering van jouw pensioenregeling. Hoeveel je betaalt, zie je op jouw loonstrook.

We rekenen elk jaar uit hoeveel pensioen je naar verwachting krijgt op de pensioendatum. Die berekening baseren we op het kapitaal voor pensioen dat je al hebt opgebouwd en op het kapitaal dat je naar verwachting nog gaat opbouwen. We maken hierbij ook een schatting van de inleg, de verwachte opbrengst van de beleggingen en de verwachte rente en levensverwachting.

Naast het verwachte pensioen, zie je een inschatting van jouw pensioen als het slecht gaat met de beleggingen. En een inschatting van het pensioen als het goed gaat. Je krijgt deze informatie, net als nu, via het Uniforme pensioenoverzicht.

Als je jong bent, kan de inschatting van jouw toekomstige pensioen (flink) schommelen. Ben je ouder? Dan zorgen we ervoor dat de inschatting van jouw pensioen steeds minder schommelt. We verdelen daarom het risico van de beleggingen van jongere en oudere werknemers op een andere manier. Hoe ouder je wordt, hoe preciezer de inschatting van jouw (verwachte) pensioen.

De opbrengst van de beleggingen hebben invloed op jouw pensioen. Deze invloed zie je straks direct terug in het kapitaal voor jouw pensioen én het verwachte pensioen dat je later krijgt.

We beleggen het geld voor de pensioenen als één geheel. We houden daarbij rekening met verschillende leeftijdsgroepen. Hoe ouder je wordt, hoe minder risico’s we nemen met de beleggingen.

Er gaat geld naar een reserve. Dat is een soort spaarpot. Die gebruiken we als het tegenzit. Zit er genoeg geld in deze reserve? Dan vullen we de pensioenen van iedereen die pensioen krijgt en nabestaanden aan zodat de pensioenen zo stabiel mogelijk blijven. Er is geen garantie dat de pensioenen nooit omlaag gaan.

De overstap naar de nieuwe regeling

Er moet veel geregeld worden om de overstap op een goede en beheerste manier uit te voeren. Zo heeft onze pensioenuitvoerder ervoor gekozen om de computersystemen volledig te vernieuwen om de nieuwe regeling te kunnen uitvoeren. Onze pensioenuitvoerder betaalt een groot deel van deze vernieuwing en het resterende deel wordt door de klanten van de pensioenuitvoerder vergoed. Dit is niet alleen voor pensioenfonds TNO zo, maar alle pensioenfondsen in Nederland krijgen hiermee te maken. We doen natuurlijk wel ons best om de kosten voor de overstap zo laag mogelijk te houden.

We zijn van plan om op 1 juli 2026 over te gaan op de nieuwe regeling.

In het transitieplan staan de afspraken die de sociale partners (de werkgever en de ondernemingsraad van TNO) hebben gemaakt voor de nieuwe pensioenregeling. Bekijk het transitieplan.

Op basis van het transitieplan is het implementatieplan opgesteld. Daarin staat hoe we de afspraken van de sociale partners kunnen uitvoeren vanaf 1 juli 2026. Denk aan belangrijke onderwerpen zoals datakwaliteit, het aanpassen van IT-systemen en administratie en hoe we ervoor zorgen dat alle gegevens die we (technisch) overzetten, compleet en juist zijn. In het implementatieplan staan de keuzes die zijn gemaakt op basis van evenwichtige belangenafweging en de gevolgen daarvan voor de pensioenen van alle deelnemers. Het plan geeft ook een analyse van kosten, mogelijke risico’s, en te nemen beheersmaatregelen.

Een onderdeel van het implementatieplan is het communicatieplan. We vinden het heel belangrijk om je goed te informeren over de nieuwe pensioenregeling en wat dit betekent voor jouw pensioen. In het communicatieplan staat hoe, wanneer en waarover we je informeren, bijvoorbeeld via e-mail, in online bijeenkomsten of per post. Zodat je precies weet wat er verandert, wanneer dat gebeurt en wat dat voor jouw pensioen betekent.