Uitgangspunten en aannames eerste berekening
Uitgangspunten en aannames eerste berekening
De eerste berekening hebben we gebaseerd op een aantal uitgangspunten en aannames. Dit zijn de belangrijkste:
De eerste berekening is gebaseerd op de gegevens die bij ons bekend zijn (je persoonlijke gegevens en de gegevens die met je werk te maken hebben) en de financiële situatie van het pensioenfonds op 1 oktober 2025. De tweede (en daarmee definitieve) berekening krijg je uiterlijk binnen 6 maanden na de overstap. Dan zijn de gegevens gebaseerd op 30 juni 2026.
Voor de berekeningen in de huidige regeling zijn we uitgegaan van het pensioenreglement dat geldig was op 1 oktober 2025. Voor de berekeningen in de nieuwe regeling zijn we uitgegaan van de afspraken in het transitieplan en implementatieplan. Eventuele wijzigingen op het transitieplan en implementatieplan verwerken wij in de tweede berekening. Deze ontvang je uiterlijk 6 maanden na de eerste berekening.
Zoals aangegeven is de eerste berekening gebaseerd op de gegevens die bij ons bekend zijn (je persoonlijke gegevens en de gegevens die met je werk te maken hebben) op 1 oktober 2025. Daarnaast zijn we ervan uitgegaan dat die gegevens in de berekeningsperiode niet veranderen.
Voor de berekeningen in de huidige regeling rekenen we volgens ons pensioenreglement met de (fiscale) pensioenrichtleeftijd van 68 jaar. Voor de berekeningen in de nieuwe pensioenregeling rekenen we volgens het transitieplan met de wettelijke AOW‑leeftijd. Die hangt af van je geboortedatum. Ben je in 1960 of eerder geboren? Dan is de AOW-leeftijd 67 jaar. Ben je na 1960 geboren? Dan gaan we uit van 67 jaar en 3 maanden. Dat is de maximale AOW-leeftijd die op dit moment (wettelijk) is vastgelegd.
Let op: het verschil in pensioenrichtleeftijd levert voor jou als werknemer ook een verschil in verwacht pensioen op. We rekenen in de nieuwe pensioenregeling namelijk met 9 tot 12 maanden minder premie-inleg en een pensioen dat (iets) eerder ingaat.
Om je een goed beeld te geven van je pensioen houden we rekening met koopkracht. We kijken dus naar de verwachte stijging van de prijzen. We gebruiken hiervoor cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB). We houden ook rekening met een stijging van je salaris (als je nog werkt) tot je pensioenleeftijd.
Op deze pagina staat meer informatie over de compensatieregeling bij Pensioenfonds TNO. Bij de eerste berekening hebben we gekeken of je – op basis van de situatie op 1 oktober 2025 – in aanmerking kwam voor een compensatie. Als dat zo was, hebben we een compensatiebedrag verwerkt in je verwachte pensioen. Bij de tweede (definitieve) berekening kijken we naar de situatie op 30 juni 2026.
We rekenen je (verwachte) pensioen uit door je kapitaal voor pensioen om te rekenen naar een maandelijks pensioeninkomen. Hiervoor gebruiken we een landelijke rekenmethode die alle pensioenfondsen toepassen.
We rekenen met:
- de pensioenrichtleeftijd uit de huidige regeling (68 jaar) en de AOW‑leeftijd in de nieuwe regeling.
- we gebruiken 2.000 toekomstscenario’s die ieder kwartaal worden aangeleverd door DNB. In elk scenario verandert de rente, het rendement en de stijging van prijzen. Zo zien we hoe hoog je verwachte pensioen wordt als het meezit, tegenzit of zoals verwacht gaat.
- de eerste berekening maken we met de toekomstscenario’s van 1 januari 2026. De tweede berekening (na de overstap) maken we met de toekomstscenario’s van 1 april 2026.
- voor het omrekenen van een kapitaal naar een pensioen werken we met een inkoopfactor. Die hangt onder andere af van de rente, de levensverwachting voor deelnemers bij Pensioenfonds TNO en verwachte toekomstige verhogingen of verlagingen van pensioenen.

