Uitleg van verschillen in bedragen
Uitleg van verschillen in bedragen
In de eerste berekening zie je het (verwachte) pensioen berekend voor de huidige en nieuwe regeling. Daar zitten verschillen tussen.
Het pensioen voor uzelf
Je ziet hieronder de belangrijkste oorzaken van het verschil tussen bedragen in de huidige regeling en de nieuwe regeling.
Verschil in pensioenrichtleeftijd
Voor de berekeningen in de huidige regeling rekenen we conform ons reglement met de pensioenrichtleeftijd van 68 jaar. Voor de berekeningen in de nieuwe pensioenregeling rekenen we volgens het transitieplan met de wettelijke AOW‑leeftijd. Die hangt af van je geboortedatum. Ben je in 1960 of eerder geboren? Dan is de AOW-leeftijd 67 jaar. Ben je na 1960 geboren? Dan gaan we uit van 67 jaar en 3 maanden. Dat is de maximale AOW-leeftijd die op dit moment (wettelijk) is vastgelegd.
Het verschil in pensioenrichtleeftijd levert voor (ex-)werknemers ook een verschil in verwacht pensioen op. We rekenen in de nieuwe pensioenregeling namelijk met 9 tot 12 maanden minder premie-inleg en een pensioen dat (iets) eerder ingaat.
Dit is het gevolg:
- Het verschil in pensioenrichtleeftijd heeft voor alle (ex-)werknemers van TNO en aangesloten ondernemingen deels een negatief effect op het berekende verwachte, maandelijks pensioen in de nieuwe regeling ten opzichte van het berekende verwachte pensioen in de huidige regeling.
- Voor een aantal werknemers (met name ouder dan 40 jaar) kan dit betekenen dat het verwachte pensioen in de nieuwe regeling lager uitkomt dan in de huidige regeling.
We verdelen het vermogen dat het pensioenfonds beheert.
Op het moment dat we overstappen naar de nieuwe pensioenregeling verdelen we het totale vermogen dat Pensioenfonds TNO beheert. Iedereen krijgt dan een kapitaal voor pensioen. Dat kapitaal levert samen met de erop behaalde beleggingsresultaten vanaf het moment dat het pensioen ingaat een pensioen op, zolang je leeft.
Het kapitaal voor pensioen waarmee je na de overstap start, baseren we op de waarde van het pensioen dat je hebt opgebouwd of al krijgt. Het kan verder verhoogd worden afhankelijk van de hoogte van onze dekkingsgraad op het moment dat we overstappen.
Sociale partners van TNO (de Raad van Bestuur van TNO en de ondernemingsraad van TNO) hebben afgesproken dat het fondsvermogen als volgt verdeeld wordt:
| Dekkingsgraad | Regel voor het verdelen van het geld |
|---|---|
| 106% | Pensioenfonds TNO gebruikt ongeveer 2% van het vermogen voor de verplichte operationele reserve en 1,5% van het vermogen voor de compensatie. Ongeveer 2% van het vermogen wordt gebruikt om de solidariteitsreserve te vullen. |
| Tussen 106% en 110% | Pensioenfonds TNO gebruikt ongeveer 2% van het vermogen voor de verplichte operationele reserve en 1,5% van het vermogen voor de compensatie. De rest (maximaal 5%, start bij 2% van het vermogen) wordt gebruikt om de solidariteitsreserve te vullen. |
| Tussen 110% en 145% | Pensioenfonds TNO gebruikt ongeveer 2% van het vermogen voor de verplichte operationele reserve en 1,5% van het vermogen voor de compensatie. Van het vermogen wordt 5% gebruikt om de solidariteitsreserve te vullen. De rest van het vermogen wordt verdeeld over alle deelnemers en pensioengerechtigden van het fonds. |
Voor de eerste berekening hebben we gerekend met de financiële situatie op 1 oktober 2025.
Op dat moment was de dekkingsgraad ongeveer 132%. Omdat dit hoger is dan 110% is in de eerste berekening een verhoging van de kapitalen voor pensioen toegepast.
Dit is het gevolg:
- Pensioengerechtigden zien in de nieuwe regeling direct een hoger maandelijks pensioen dan in de huidige regeling.
- Deelnemers die nog geen pensioen krijgen, hebben in de berekening een verhoging van het kapitaal voor pensioen gekregen, bovenop de waarde van het opgebouwde pensioen in de huidige regeling. De gevolgen voor het verwachte maandelijkse pensioen verschillen van persoon tot persoon. Dit hangt af van iemands leeftijd en van hoeveel pensioen diegene heeft opgebouwd. In veel gevallen zal het verwachte maandelijks pensioen hoger uitkomen dan in de huidige regeling. Maar dit geldt niet voor iedereen die nog geen pensioen krijgt.
Er is geen maximum meer als we de resultaten van de beleggingen verdelen.
Elke maand verdelen we de resultaten van de beleggingen. Gaat het goed? Dan gaat je kapitaal voor pensioen omhoog. In de huidige pensioenregeling zit er nog een maximum aan de verhoging van je pensioen. In de nieuwe pensioenregeling is er geen maximum aan de verhoging van het kapitaal voor je pensioen. Dat betekent dat het kapitaal voor je pensioen (en dus ook je verwachte pensioen) flink kan groeien als het goed gaat.
Ben je nog jong? Dan zie je dit effect extra sterk bij het pensioen ‘als het heel erg meezit’. Houd er rekening mee dat de kans klein is dat je dit bedrag krijgt. Het is de uitkomst in de situatie dat de beleggingen lange tijd uitzonderlijk veel opleveren.
Kleinere reserve
Er gaat een kleiner deel van de resultaten van de beleggingen naar de reserve. In de nieuwe pensioenregeling noemen we dit de solidariteitsreserve. Dat betekent dat er meer geld naar je kapitaal voor pensioen kan als het goed gaat met de beleggingen.
In de nieuwe pensioenregeling is de solidariteitsreserve vooral bedoeld om de pensioenen die we uitbetalen te beschermen. Heb je je pensioen nog niet laten ingaan en zit het erg tegen? Dan vangen we dat niet op met de solidariteitsreserve.
Dit is het gevolg:
- Je verwachte pensioen als het heel erg tegenzit is waarschijnlijk lager dan in de huidige pensioenregeling. Er wordt namelijk meer beleggingsrisico genomen en er is, zolang je nog niet met pensioen bent, geen reserve die het kapitaal voor je pensioen aanvult.
- Zit het niet tegen maar juist mee? Dan is je verwachte pensioen hoger. Er gaat namelijk minder geld naar de reserve en meer geld naar je pensioen.
- De gevolgen voor de pensioenen die we uitbetalen zijn kleiner. Moeten de pensioenen omlaag en zit er genoeg geld in de reserve? Dan vullen we de pensioenen aan. Zoals het er nu naar uitziet, is de kans klein dat de pensioenen die we uitbetalen de komende jaren omlaag moeten. Maar het is niet uitgesloten dat ze een keer omlaaggaan.
Het pensioen voor je partner en/of kinderen
- Had je vóór 1 juli 2026 al partner- en/of wezenpensioen opgebouwd? Dat blijft bestaan. De waarde hiervan wordt omgezet naar kapitaal voor partner- en wezenpensioen in de nieuwe regeling. Er gaat géén pensioen verloren. In de berekening zie je dan opgebouwd partnerpensioen en wezenpensioen staan (zowel bij de huidige als nieuwe regeling). Dit geldt in alle situaties: of je nog pensioen opbouwt, uit dienst gaat of al pensioen ontvangt.
- In de huidige regeling is er wezenpensioen tot 21 jaar. In de nieuwe regeling krijgen alle kinderen wezenpensioen tot 25 jaar.
- In de nieuwe pensioenregeling is het partner- en wezenpensioen verzekerd. Dat betekent dat er partner- en wezenpensioen is geregeld zolang je premie betaalt, of zolang je de verzekering vrijwillig voortzet. Als je uit dienst gaat, stopt de verzekering na 3 maanden. Na deze periode kun je ervoor kiezen om de verzekering vrijwillig voort te zetten tegen betaling van de premie. Deze premie wordt dan maandelijks automatisch op je kapitaal voor pensioen in mindering gebracht. Goed om te weten: dit kan alleen als je nog geen ander dienstverband hebt.
De bedragen van de huidige regeling tellen we op bij het partner- en/of wezenpensioen in de nieuwe regeling.

