Veel blijft hetzelfde
Veel blijft hetzelfde
Jouw pensioen blijft op veel punten hetzelfde als nu. Hieronder de belangrijkste zaken die hetzelfde blijven.
Jij en je werkgever leggen straks in de nieuwe regeling samen circa 26% van je pensioengrondslag in voor je pensioen. Je pensioengrondslag is het deel van je salaris waarover je pensioen wordt berekend. In de huidige regeling (vanaf januari 2026 tot en met juni 2026) is dat 20,07% van het pensioengevend salaris.
Hierin zit ook:
- de bijdrage voor het nabestaandenpensioen
- alles wat er geregeld is als je arbeidsongeschikt zou worden, behalve voor het deel van jouw pensioengevend salaris dat boven het maximumdagloon uitkomt.
- bepaalde kosten voor uitvoering van jouw pensioenregeling.
Dit doen we door de gezamenlijke manier van beleggen en door reserves aan te houden.
Net zoals in de huidige regeling bouw je pensioen op als je arbeidsongeschikt raakt.
Pensioen opbouwen zonder premie te betalen
Als je arbeidsongeschikt raakt, blijft je kapitaal voor pensioen opbouwen zonder dat je hiervoor premie inlegt. Stopt je arbeidsovereenkomst en was je al ziek in de periode dat je in dienst was? Dan blijf je premievrij pensioen opbouwen. Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt? Dan leg je voor het deel dat je nog werkt wel zelf geld in.
Aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen
In de huidige regeling is er ook een aanvullend arbeidsongeschiktheidspensioen. Als je arbeidsongeschikt wordt, ontvang je een WIA-uitkering die maximaal 70% van het wettelijk maximumdagloon is. Dit is het loon dat UWV gebruikt om de hoogte van jouw uitkering te berekenen. Het UWV gaat uit van het dagloon dat je verdiende in de periode voordat de uitkering begint.
Komt je pensioengevend salaris boven een bepaald bedrag? Dan kun je in de huidige regeling als je arbeidsongeschikt wordt een WIA-excedentuitkering ontvangen. Deze uitkering vult tot maximaal 70% aan van het deel van je salaris dat boven het maximumdagloon ligt. Als je de WIA-excedentuitkering nu al ontvangt, dan zul je deze ook in de nieuwe regeling blijven ontvangen. De reeds ingegane AO-excedentuitkeringen zullen begin 2026 wel worden overgedragen naar een verzekeraar. Dat geldt ook voor de werknemers die op dit moment ziek zijn.
Vanaf 1 januari 2026 biedt de pensioenregeling van Pensioenfonds TNO voor medewerkers die na deze datum ziek worden en uiteindelijk in de WIA terechtkomen geen aanvulling meer aan op de UWV-uitkering indien het pensioengevend inkomen boven het maximum dagloon uitkomt. Jouw werkgever biedt hiervoor een alternatieve oplossing aan.
- Als je met pensioen gaat, heb je een aantal keuzes die van invloed zijn op de hoogte van jouw pensioen. De keuzes uit de huidige regeling, zoals een hoog-laagpensioen blijven bestaan.
- Je bepaalt zelf wanneer je pensioen ingaat. In onze pensioenregeling kun je op zijn vroegst met pensioen vanaf tien jaar vóór jouw AOW-leeftijd. Wil je dat je pensioen later ingaat? Dit kan tot maximaal vijf jaar na je AOW-leeftijd
Check hier je AOW-leeftijd om te zien wanneer je naar verwachting de AOW van de overheid ontvangt.
Partnerpensioen en wezenpensioen blijven bestaan. In de nieuwe pensioenregeling is dit niet meer op basis van pensioenopbouw, maar op basis van risicoverzekering. Dit betekent dat je partner en kinderen verzekerd zijn voor partner- en wezenpensioen terwijl je pensioen bij ons opbouwt. Je partner en kinderen tot 25 jaar krijgen dit alleen als je overlijdt vóór de pensioendatum.
Ga je uit dienst? Dan loopt de verzekering voor het nabestaandenpensioen maximaal drie maanden door. Je kunt daarna ervoor kiezen om deze zelf voort te zetten. Bijvoorbeeld als je (tijdelijk) geen nieuwe baan hebt met een pensioenregeling bij een ander fonds. Je betaalt dan zelf de premie. Jouw partner en kinderen houden recht op het nabestaandenpensioen dat je in de huidige regeling bij Pensioenfonds TNO hebt opgebouwd. Heb je een nieuwe baan met een pensioenregeling bij een ander fonds? Dan stopt de verzekering voor overlijden bij Pensioenfonds TNO automatisch. Je bent dan verzekerd voor nabestaandenpensioen bij overlijden bij je nieuwe pensioenfonds.
Heb je in de huidige pensioenregeling een nabestaandenpensioen opgebouwd? Dan krijgen je partner en kinderen dat pensioen ook als je overlijdt. De waarde van dit nabestaandenpensioen komt bovenop het nabestaandenpensioen in de nieuwe pensioenregeling. Je raakt dit pensioen dus niet kwijt door de omzetting.
Net zoals in de huidige regels krijg je pensioen zolang je leeft, al word je 105 jaar.

